Hoe belangrijk is spelling op de Cito-toets?

Als we kijken naar de Cito-toets, kunnen we stellen dat vakken als rekenen en begrijpend lezen belangrijk zijn. Ze wegen immers zwaar mee in het schooladvies van de basisschool. Wie hoog scoort op rekenen en begrijpend lezen, zal een hoog advies krijgen. Wie laag scoort, zal lager uitvallen.

Maar hoe zit dat nu met de toetsen voor spelling? Zijn de Cito-toetsen spelling minder van belang voor de middelbare school?

 

Cito-toets groep 8

De Cito-toets groep 8 is een toets die kinderen aan het einde van de basisschool af moeten nemen. Er wordt dan getoetst in hoeverre kinderen bij zijn met de lesstof en in hoeverre ze naar het voortgezet onderwijs kunnen.

Eerder al is een schooladvies gegeven. De invloed van de Cito-toets op het schooladvies kan alleen naar boven uitvallen. Een hogere score op de Cito-toets kan leiden tot een heroverweging van het advies en dus tot een hoger vervolg op de middelbare school.

 

Spelling

Maar hoe zit het met spelling? Telt spelling nog mee?

In principe wordt er nauwelijks naar spelling gekeken. De 2 belangrijkste vakken op de Cito-toets die bepalend zijn voor het schooladvies naar de middelbare school zijn rekenen en begrijpend lezen. Deze vakken laten immers inzicht zien, strategieën van lezen en beredeneren. Spelling doet dat niet. Spelling is een vak dat je je aanleert. Automatiseren, zou je kunnen zeggen.

 

Hoge score spelling, toch laag advies?

Het kan dus voorkomen dat een kind een hoge score voor spelling heeft. Misschien wel een I-score. En toch krijgt dit kind een vmbo-tl advies. Hoe kan dat? Dat heeft dan zeer waarschijnlijk te maken met het rekenen en begrijpend lezen. Als die vakken een II of III score hebben, is een vmbo-tl advies passend.

De toetsen Spelling niet-werkwoorden

cito-eindtoetsDoel en inhoud

De toetsen Spelling voor groep 8 maken deel uit van het Leerling- en onderwijs-volgsysteem (LOVS) Spelling. De toetsen Spelling voor groep 8 bevatten twee onderdelen: toetsen Spelling niet-werkwoorden en toetsen Spelling werkwoorden. Deze Handleiding heeft betrekking op de toetsen Spelling niet-werkwoorden. Met de toetsen Spelling kunt u het niveau van de spellingvaardigheid van leerlingen in groep 3 tot en met groep 8 vaststellen. Tevens kunt u de door uw leerlingen behaalde scores vergelijken met de scores van een landelijke referentiegroep. U kunt deze vergelijking zowel voor individuele leerlingen maken als voor de groep als geheel. Bovendien maakt de meettechniek die aan de toetsen ten grondslag ligt het mogelijk de scores van een leerling op de verschillende toetsen, op verschillende momenten afgenomen (twee keer per jaar, maar in groep 8 één keer: ofwel eind oktober/begin november ofwel eind januari/begin februari), onderling te vergelijken. Dit stelt u en uw collega’s in het team in staat om de ontwikkeling van leerlingen op het gebied van spellingvaardigheid over de leerjaren heen te volgen. Mede op basis van de toetsresultaten van de leerlingen kunt u het onderwijs op groepsniveau en schoolniveau volgen en evalueren en zo nagaan of uw school beantwoordt aan de doelstellingen die u nastreeft. In de paragraaf over school-zelfevaluatie (paragraaf 5.1) kunt u hier meer over lezen.

Schriftbeelden en woorden

Bij spellen gaat het erom woorden om te zetten in schriftbeelden. Daarbij maken we onderscheid tussen klankzuivere en niet-klankzuivere woorden. De eerste fase van het spellingonderwijs richt zich op het correct leren schrijven van klankzuivere woorden: je schrijft op wat je hoort. Al snel daarna komen de niet-klankzuivere woorden aan de orde, de woorden waarbij er geen eenduidige relatie is tussen klank en letter, zoals bij ‘bomen’, ‘trein’ of ‘begin’. Om die goed te schrijven moeten de leerlingen regels kunnen toepassen of een woord naar analogie van een ander woord kunnen schrijven. De toetsen Spelling voor groep 3 beperken zich tot eenvoudige klankzuivere en niet-klankzuivere woorden van één lettergreep; in groep 4 komen ook woorden van twee lettergrepen aan bod. In de groepen 5 tot en met 8 ligt de nadruk op het spellen van steeds complexere niet-klankzuivere woorden en breidt het aantal inhoudelijke categorieën zich uit. Naarmate de woorden complexer worden, doen zich vaak meer spellingproblemen in één woord voor, bijvoorbeeld ‘traditie’. Het correct schrijven van dergelijke woorden vergt van de leerlingen meer kennis. Ze moeten bij het schrijven van een woord aan verschillende regels, uitgangen en dergelijke tegelijkertijd denken.

Actief spellen versus passief spellen

Naast de actieve kant van spelling (zelf foutloos woorden schrijven) kent spelling ook een passieve kant, namelijk het herkennen en verbeteren van fouten in geschreven tekst. De actieve spelling gaat voor de passieve spelling uit. Om een spelfout te kunnen herkennen en verbeteren, moet je weten hoe het woord wél geschreven moet worden. Je moet het woord dus zelf kunnen schrijven. De actieve kant van spelling staat voorop. Het zelf kunnen schrijven van begrijpelijke en correct gespelde teksten is een heel belangrijke – maar wel lastige -communicatieve vaardigheid. De passieve kant van spelling komt op de tweede plaats. Ook deze vaardigheid is echter niet onbelangrijk. Als leerlingen een tekst geschreven hebben, staan daar meestal toch nog wat foutjes in. Het is dan zaak dat zij geleerd hebben deze fouten op te sporen en te verbeteren.
In de toetsen Spelling van het LOVS komen bijna vijftig verschillende spelling-categorieën aan bod. Deze categorieën zijn geselecteerd op basis van een uitgebreide methodeanalyse. Een volledig overzicht van de spellingcategorieën vindt u in de Inhoudsverantwoording.

Groep 8 spellinglessen

In groep 8 worden hoofdzakelijk twee- en drielettergrepige woorden getoetst, die tot de volgende spellingcategorieën behoren:

cat. omschrijving lettergrepen voorbeelden

26+ woorden waarin /s/ twee of meer narcis, geschreven wordt als c ceremonie 27+ woorden waarin /k/ twee of meer criminele, geschreven wordt als c directeur 29a+ woorden beginnend één of meer ‘s winters, met ‘s ‘s avonds 29b+ woorden eindigend één of meer agenda’s, op ‘s Carlo’s 30+ woorden met -tie twee of meer auditie, manifestatie 32 woorden met (-)y(-) één of meer yoghurt, pony, gymnastiek 34 tussenletters -n- en -s- twee of meer pannenkoek, in samenstellingen dorpsschool 35 koppelteken in twee of meer zonne-energie, samenstellingen e-mail 36 woorden met een twee of meer drieëntwintig, trema ruïne 38 Franse leenwoorden één of meer bureau, trottoir 39 Engelse leenwoorden één of meer manager, clinic 40 woorden waarin /t/ één of meer apotheek, geschreven wordt als thema th
42 woorden met -iaal, twee of meer speciaal, -ieel, -ueel of -eaal ritueel, ideaal 43 meervoud van twee of meer lemmeten, woorden op monniken onbeklemtoonde -es, -ik of -et 44 woorden waarin /ks/ één of meer examen, geschreven wordt als x excuses 45 stoffelijke bijvoeglijke twee of meer houten, naamwoorden zilveren, wollen 47 woorden met open en/ twee of meer bemanning, of gesloten lettergreep terras 48 restwoorden één of meer vondst, museum, alleszins

Woorden getoetst

De getoetste woorden weerspiegelen de leerstof van de meest gebruikte taal- en spellingmethoden, zowel qua inhoud als qua volgorde van behandeling, zodat aangenomen kan worden dat op het tijdstip van afname de betreffende categorieën binnen het onderwijs aan bod zijn geweest. Tegelijkertijd zijn de toetsen methode-onafhankelijk: bij het vaststellen van de categorieën, het indelen van de toetswoorden en het bepalen van de volgorde van de categorieën is steeds gestreefd naar aansluiting bij de ‘gemiddelde methode’, dat wil zeggen het gemiddelde van alle onderzochte taalmethoden. Daarbij hebben alle methoden eenzelfde gewicht gekregen, zodat leerlingen die les krijgen volgens de ene taalmethode niet bevoordeeld worden ten opzichte van leerlingen die les krijgen volgens de andere taalmethode.